Aafke Romeijn – Niet vandaag

Ik ga bij oma op bezoek, ik ben al lang niet geweest, regels slingers en taart, en geef een heel groot feest. Ik betaal al m’n boetes van toen ik te hard reed, en verbeter mezelf op tijd, maar niet vandaag. Alles wat ik kan, doe ik, maar niet vandaag.
Vou visitar minha avó, não a vejo há muito, arranjo guirlandas e bolo, e lhe faço uma festa. Eu pago minhas multas de quando dirijo muito rapidamente, e me melhoro com o tempo, mas não hoje. Tudo o que posso fazer, fá-lo-ei, mas não hoje.

Ik heb het antwoord op vragen die beginnen met een Q, en ik weet alles van oorlog en spinnen, maar niet nu. Ik weet wel honderd miljoen plekken voor een ansichtkaart, ben zo iemand die nooit iets vergeet, maar niet vandaag. Alles wat ik kan, doe ik, maar niet vandaag.
Eu tenho as respostas das questões que começam com Q, e eu sei tudo sobre guerra e spinning, mas não agora. Eu sei de centenas de milhares de lugares para um cartão postal, sou do tipo de pessoa que não se esquece, mas não hoje. Tudo o que posso fazer, fá-lo-ei, mas não hoje.

Vandaag duurt een week, en ik kan niks beloven, wanneer het morgen wordt, maar niet vandaag. Alles wat ik kan, doe ik, maar niet vandaag.
Hoje dura uma semana, e eu não posso prometer nada, quando for amanhã talvez, mas não hoje. Tudo o que posso fazer, fá-lo-ei, mas não hoje.

BLØF – Zoutelande

Niets is beter dan met jou de kou trotseren, er zijn mensen die naar warme landen emigreren, maar we hebben geen geld in onze koude handen, dus we gaan maar naar je ouders in Zoutelande, en dan zitten we hier in het oude strandhuis, wat je vertelt houdt me nuchter en warm. Boven m’n hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben blij dat je hier bent.
Nada é melhor que enfrentar o frio contigo, há pessoas que emigram para terras mais quentes, mas não temos dinheiro em nossas mãos frias, portanto vamos aos teus pais em Zoutelande, e então nos sentamos aqui nesta velha casa de praia, e o que me dizes me mantém sóbrio e aquecido. Sobre a minha cabeça vejo as nuvens gris, estou feliz por cá estares.

Wij zitten hier in het gammele strandhuis, maakte me toch al nooit uit waar we waren. We verzuipen onszelf in de drank van je vader, ik ben blij dat je hier bent. Niets is mooier dan met jou het land doorkruisen, op mistroostige plekken je bij me te hebben, en te zien dat het goed is, ziet dat we bruisen, en met wodka en met bokking tussen reddingsbanden.
Cá nos sentamos nesta frágil casa de praia, fazendo-me nunca pensar sobre onde estávamos. Afogamo-nos nas bebidas de teu pai. Estou feliz por cá estares. Nada é mais belo que cruzar o país contigo, ter-te contigo até em lugares sobrios, e ver que estamos bem, que vibramos, com vodca e pneus cantando.

Ik ben blij dat je hier bent, in Zoutelande.
Estou feliz por cá estares, em Zoutelande.

Aafke Romeijn – Licht aan

‘t Heeft lang geduurd, ik was alweer bijna vergeten, dat alles weer groen wordt als je maar wacht. Het is oké, ik begrijp het wel, alles kost tijd, zoveel te doen, kom nou maar hier.
Levou muito tempo, eu quase me esquecera que tudo se torna verde se o esperarmos. Está bem, entendo-o bem, tudo leva tempo, há muito o que fazer, mas agora vem cá.

Gooi maar wat goud op m’n hoofd, en ook wat in de bomen, alles danst, alles leeft als je bent geweest. Laat de vogels maar komen, alles staat klaar. Jas uit, deur uit, ogen weer dicht, en ik ga. Het licht is aan.
Joga um pouco de ouro sobre a minha cabeça, e também sobre as arvores, tudo dança, tudo vive como se já houvesse sido. Mas deixa que os pássaros venham, tudo está pronto. Jaqueta para fora, porta afora, olhos fechados novamente, e eu vou. A luz está acesa.

Kamers, planten, alles kan weer naar buiten, nog een ijsthee, is het alweer zo laat? Tijd is geld, maar niet als de zon schijnt, want dan is alles vloeibaar als ijs, en alles smelt, ook je koude hoofd, als opeens alle ruimte voor je wordt gemaakt.
Quartos, plantas, tudo pode ir para fora novamente, um outro chá gelado, ou já seria outra vez muito tarde? Tempo é ouro, mas não quando o sol está brilhando, porque então tudo se funde como gelo, e tudo derrete, até tua cabeça fria, repentinamente assim como para ti todo o espaço se abre.

Vaiana – Ik ben Vaiana

Waroom twijfel je?
Por que hesitas?

Ik weet ‘t niet.
Não o sei.

Ik ken een prachtig mooi meisje. Ze voelt zich soms wat alleen, maar zij houdt wel van haar eiland, haar ouders en iedereen. Al lijkt de wereld soms lastig, met reizen vol grauw gevaar, maar ook gevaar vormt het leven, da’s ech waar. Wat hebt geleerd zit in je, de liefde van mensen leidt je. En altijd, en altijd hoor je, die stille stem, met hem strijk je, en als die stem in je fluistert: Vaiana, je kwam zo ver. Vaiana, luister, zeg mij dan, ben je klaar?
Eu conheço uma bela garota, às vezes ela se sente só, mas ela estima muito sua ilha, sua família e todos os demais. Apesar de o mundo poder parecer complicado, com jornadas em tempestades gris e perigosas, ele também nos dá forma à vida, esta é a verdade. O que aprendeste permanece em ti, o amor das pessoas te guia, e tu sempre. Tu sempre a ouves, aquela voz silenciosa, ela te acompanha, e em seu silêncio ela te sussurra: Moana, vieste tão longe. Moana, oiça, diz-me então, estás pronta?

Ben ik klaar?
Estou pronta?

Ik hou zo veel van m’n eiland, maar ik hou ook van de zee, ik hoor haar. Ik ben de dochter van de chef van ‘t dorp, we waren zeevaarders, lang geleden. Ze trokken heel de wereld rond, ik hoor ze. Ik ben hier gekomen waar we zijn, ver voorbij het einde. Deze reis was niet alleen voor mij, en ik hoor het.
Amo tanto minha ilha, mas também amo o mar, eu o oiço. Sou a filha do chefe da tribo, nossos ancestrais exploradores, há muito. Viajavam ao redor do mundo, eu os oiço. Vim aqui onde estamos, longe além do fim. Esta jornada não foi feita só para mim, e a oiço.

Voor verlangen al lang niet meer bang, het zit in mij. Als het getij en als de seizoenen, en ik luister nu echt naar m’n hart, diep vanbinnen, want mijn hart zegt: ik weet de weg. Ik ben Vaiana.
Há muito não mais temo meu chamado, ele está em mim. Como as marés e as estações, e agora o ouço chamando do fundo do meu coração, porque ele me diz: eu sei o caminho. Eu sou Moana.

Pieter Embrechts – Tweegevecht

De engel zegt: ‘ziet’, en de duivel zegt: ‘dans’. De engel ziet: ‘niets’, en de duivel: ‘een kans’. Ik ken ze beiden wel, ze vechten om m’n vel. De engel zegt: ‘denk’, en de duivel zegt: ‘doe!’. De engel wil eer, en de duivel wil poen.
O anjo diz: ‘vê’, e o diabo diz: ‘dança’. O anjo diz: ‘nada’, e o diabo diz: ‘uma chance’. Eu os conheço, eles lutam pela minha pele. O anjo diz: ‘pensa’, e o diabo diz: ‘faz!’ O anjo quer honra, o diabo quer grana.

Ik ken ze allebei, ze vechten hier in mij. Zal ‘t ooit overgaan dit tweegevecht? Om alle dagen van mijn bestaan ‘t is onbeslecht, en zal er ooit een winnaar zijn? Gaat het voorbij, die engel en duivel zijn een deel van mij.
Eu os conheço, eles lutam aqui em mim. Será que este duelo um dia acabará? Há um conflito a cada dia da minha existência, quem sairá um dia vencedor? Deixa para lá, o anjo e o diabo são uma parte de mim.

De engel is trouw, en de duivel bedriegt. De engel zegt de waarheid, en de duivel die liegt. Maar ‘t is een postuur, en de engel die viel, de engel houd maat. En de duivel wil meer, nog, nog, nog en daarna nog eens een keer. De engel daalt neer, en wie was ik ook weer?
O anjo é fiel, o diabo é enganador. O anjo diz a verdade, e o diabo é quem mente. Mas é uma postura, e o anjo que caiu mantém a sua. E o diabo quer mais, e mais, mais, mais, e ainda outra vez. O anjo então descende, e agora, quem sou eu?

Maar alles wat verboden is, dat wil ik toch juist doen, en als ik onder de zoden lig, dan is ‘t voorbij de tijd vandoen.
Mas tudo é proibido, e eu quero fazer o que é certo, e se eu acabar sob o solo, então o tempo de fazer as coisas já se haverá esgotado.

Elke Buyle – Laat het los

De sneeuw glanst zacht op de bergen vannacht, en geen voetafdruk te zien. Een koninkrijk stil en eenzaam, en ik ben de koningin. De wind jaagt huilend als de wervelstorm in mij, ‘k hou het niet meer uit, nu laat ik hem vrij.
A neve brilha suave na montanha esta noite, sem qualquer pegada visível. Um reino de silêncio e solidão, e eu sou-lhe a rainha. O vento ruge em um rodamoinho em mim, e eu não o quero mais, e agora o deixo sair.

Laat niemand toe, kijk niemand aan. Je moet altijd het brave meisje zijn, geen blik, geen snik, het masker op. hier houdt het op. Laat het los! Ik hou het echt niet meer uit. Laat het los! Gooi de deur dicht keer niet terug. Geef niet op. Al hun commentaar. En de storm raast door. De vrieskou daar zat ik toch al niet mee.
Não permitas que ninguém o veja. Deves ser uma moça corajosa. Sem pestanejar, sem chorar, mantém-te a máscara. Isso aqui acaba. Deixa-o ir! Eu não o quero mais. Deixa-o ir! Sai pela porta eu não volte. Não desistas. Todos os comentários deles. A tempestade brame. O frio gélido nunca me incomodou mesmo.

Spring maar op een afstand, lijkt alles heel erg klein, en de angsten die ik voelde, die blijken weg te zijn. Ik wil nu zien wat ik kan doen, bepaal de grenzen waar en hoe, geen kwaad geen goed, geen wet voor mij, ik ben vrij!
Simplesmente salte avante, tudo parece pequeno, e os medos que eu sentia, eles se foram. Eu agora vejo o que posso fazer, onde e como determinar as fronteiras. Sem bem ou mal, sem lei para mim, estou livre!

Laat het los! Met de wind en de hemel één. Laat het los! Mijn laatste traan verdween. Ik sta hier, en ik blijf hier! En de storm raast door. Mijn krachten schieten door de lucht recht naar de grond, mijn ziel versplinterd zich als ijskristallen in het rond, en in gedachten vormt zich ijzig koud in mij. Nee ik ga nooit meer terug, voorbij is nu voorbij.
Deixa-o ir! Com o vento e o céu que se unem. Deixa-o ir! Minha última lágrima desapareceu. Estou aqui, e aqui permaneço! E a tempestade ruge. Meus poderes se estendem pelo ar até o chão, minha alma em estilhaços de gelo ao meu redor, em em minha mente formas de gelo se manifestam dentro de mim. Não, não voltarei jamais, o passado é o passado.

Laat het los! Ik herrijs als de ochtend gloort. Laat het los! Die brave meid is er vandoor. In het licht, maak ik mijn hart vrij. En de storm raast door, de vrieskou daar zat ik toch al niet mee.
Deixa-o ir! Eu ressuscito quando a manhã cintila. Deixa-o ir! A boa garota já se foi. Na luz eu liberto meu coração. E a tempestade atravessa rugindo, e o frio congelante não mais lá está.

Lisa, Amy, Shelley – Fout ventje

Zonder dromen, een valse start, je doet je dingen zonder hart. Jij bent nu niet wat is dus wil een ding moet je weten, heel stoer aan de buitenkant, van binnen niets aan de hand. Oh no, doe niet zo, geen zin geen animo, heel populair maar niemand kent je. Oh nee, weg ermee, jij hebt echt geen idee, jij bent een heel fout ventje!
Sem sonhos, um começo falso, fazes o que queres sem te importares, portanto quero que saibas de uma coisa, afinal fazes-te de durão por fora, mas por dentro não há nada. Oh não, não faças assim, sem sentimentos ou motivação, és muito popular, mas nada podes fazer. Ah não, não te safarás, não tens nem ideia de que sejas um molecão de nada!

Jij zegt meestal geen gedag, achter mijn rug hoor ik gelach. Sta ik op je vaste stek…Tjonge wat een grote (piep), kijk eens om je heen, zoveel vrienden en toch alleen, midden in de week maar niet naar school. Jongen, dit hou jij niet vol!
Normalmente nem me cumprimentas, e depois ris pelas minhas costas. Estivesse eu no teu lugar… És um grande (bip), olha em volta, tantos amigos na escola, mas ainda assim estás sozinho no meio da semana. Garoto, não podes continuar assim.

Jij bent zo negatief, geen echte hartendief. Lachen om de dingen die een ander doet, alleen dan voel jij je goed. Zelfde jasje, zelfde pasje, niets bijzonders, nooit alleen. Doe eens iets wat opvalt jongen, waar moet dat met jou nu heen?
És tão negativo, não és realmente galante. Ris dos outros, tudo para que te sintas bem, Mesma jaqueta, mesmo passe, nunca sozinho. Faz algo que seja relevante, garoto, o que deves fazer agora?

Hee ventje, jij zou best wel eens tof kunnen zijn (denk ut niet), maar een verandering dat zit er niet bij, de enige die nog dwars zit ben jij, dat ben jij! Ja, jij. Een ding moet je weten, heel stoer aan de buitenkant, van binnen niets aan de hand.
Hey garotinho, poderias ser legal (duvido), mas a única coisa que incomoda é o que escolheste ser! Sim, tu, acho que deves saber é que te fazes de durão por fora, mas não tens nada por dentro.

Lisa, Amy & Shelley – ‘t is zomer

Ejo, ‘t is zomer! Echt waar? Ja, ‘t is zomer! De zon die schijnt. Kom op! ‘t Is zomer, zet je wekker, sta lekker vroeg op. Ga naar buiten, want de zon knalt lekker volop. Veel te laat naar bed gegaan, het is nu tijd om op te staan. Blijf niet binnen, laat de zomer beginnen.
Ei, é o verão! É mesmo? Sim, é o verão! O sol está brilhando. Vamos lá! É o verão, liga o despertador e levanta cedo. Vai para fora porque o sol está muito bom. Está tarde para ficares na cama, agora é a hora de te levantares. Não fiques dentro de casa, deixa o verão começar.

Van Roosendaal tot Appelscha, van Amsterdam tot aan Breda. ‘t Is begonnen. Ja, je kunt weer gaan zonnen! Geluk en liefde komt met heel mooi weer, het brengt de mensen in een sfeer, een zachte zwoele sfeer. Die niet te krijgen is in wintertijd, het heeft al tot veel liefde’s geleid.
De Roosendaal até Appelscha, de Amsterdã até Breda. Já começou. Sim, já podes tomar sol! A felicidade e o amor vêm com o tempo bom, ele deixa as pessoas num clima quente e suave. Não fiques no clima de inverno, ele te teve amor o bastante.

Een dagje weg naar het Zeeuwse strand. Hand in hand lopen wij de vloedlijn af. Nee, we maken korte mette met de wintersleur, want de zomer die staat voor de deur!
Uma viagem curta às praias da Zelândia. De mãos dadas na beira da praia. Não, nós fazemos uma curta história com as cores do inverno, porque o verão está porta afora.

Laïs – Marieke

Ay Marieke, je t’aimais tant entre les tours de Bruges et Gand, il y a longtemps, zonder liefde, warme liefde. Waait de wind, de stomme wind; weent de zee, de grijze zee; lijdt het licht, het donk’re licht… En schuurt het zand over mijn land, mijn platte land, mijn Vlaanderland.
Ai Mariazinha, eu te amava tanto entre as torres de Bruges e Gante, há tanto tempo, sem amor, amor cálido. Sopra o vento, vento estúpido; chora o mar, o mar gris; a luz sofre, a luz escura… E esfrega areia sobre minha terra, minha terra plana, minha Flandres.

Ay Marieke, le ciel flamand, couleur des tours de Bruges et Gand. Le ciel flamand pleure avec moi de Bruges à Gand. Waait de wind c’est fini, weent de zee déjà fini, lijdt het licht tout est fini.
Ai Mariazinha, o céu flamengo, da cor das torres de Bruges e Gante. O céu flamengo chora comigo de Bruges à Gante. O vento sopra: já acabou, o mar grita: já acabou, a luz sofre: tudo acabou.

Ay Marieke, le ciel flamand pesait-il trop sur tes vingt ans que j’aimais tant de Bruges à Gand. Zonder liefde, warme liefde. Lacht de duivel, de zwarte duivel, brandt mijn hart, mijn oude hart. Sterft de zomer, de droeve zomer. Revienne le temps où tu m’aimai, le soir souvent, entre les tours de Bruges et Gand. Ay Marieke, tous les étangs m’ouvrent leurs bras de Bruges à Gand.
Ai Mariazinha, o céu flamengo pesava tanto sobre teus vinte anos que eu amava tanto de Bruges à Gante. Sem amor, amor cálido. A pomba ri, a pomba negra, queima meu coração, meu velho coração. Morre o verão, o verão triste. Revém o tempo onde, à noite, frequentemente me amavas entre as torres de Bruges e Gante. Ai Mariazinha, todos os lagos me abrem seus braços de Bruges à Gante.

Laïs – De wereld vergaat

 

Vrienden ‘t is tijd om uw pakske te maken. Roept al uw pottekes en pannekes bijeen. Tracht als ge kunt nog wat vreugde te smaken, vreugd en verdriet springen ‘t langst op de been. Want de aarde die is al aan ‘t verdoven. ‘t Schijnt dat de zon en de maan ons verlaat. Niemand verplicht ik toch mij te geloven, maar ‘t is de roep dat de wereld vergaat.
Amigos, é a hora de empacotardes vossas coisas. É a hora de empacotardes tudo. Tentai sentir um pouco mais de alegria se o puderdes. A alegria e o pesar são o que permanece por mais tempo, porque a Terra já está queimando-se. Parece-me que o sol e a lua estão deixando-nos. Eu não forço ninguém a creer-me, mas é dito que o mundo acabar-se-á.

Sommigen zeggen : ‘t is triestig om te horen, dat heel het mensdom zal worden verbrand. Anderen zeggen : men zal ons versmoren. ‘t Een en het ander en is niet plezant. ‘t Was verduiveld wat ver toch gedreven, ons te behandelen als vis en gebraad. ‘t Is om te schrikken, te schudden en te beven als ge ‘r aan denkt dat de wereld vergaat.
Alguns dizem: -Que triste saber que a humanidade será queimada. Outros dizem: -Sufocar-nos-ão. Ambas não são agradáveis. É tão exagerado tratarem-nos como peixes. É assustados, faz-nos tremer pensar que o mundo acabar-se-á.

Waarom nog goed ons te wassen en te scheren? Waarom nog goed een nieuw hemd aan te doen? Laat ons maar drinken en laat ons maar smeren. Laat ons maar gans ons fortuintje opdoen. Toe Jan, gij moet nog kiekens halen, kiekens die lopen toch genoeg op straat. ‘t Is onnodig ervoor te betalen, aangezien dat toch de wereld vergaat.
Por que me lavar e me barbear? Por que trocar de roupas? Refastelemo-nos e bebamos, gastemos todo o nosso dinheiro. Anda João, ainda tens que pegar algumas galinhas, há galinhas o bastante lá fora. Não tens que mas pagar, porque o mundo acabar-se-á mesmo.

Is er hier iemand die kleren wil kopen? ‘k Laat heel mijn boel aan de prijs van factuur. Ik ben van zin in mijn hemd rond te lopen. ‘t Is nog te goed voor de warmte van ‘t vuur. Ik ga mijn gereedschap verkopen omdat er het werken tot niets meer en baat. ‘k Neem er geen stukskes nie meer van mien handen, aangezien dat toch de wereld vergaat.
Há alguém aqui que queira comprar minhas roupas? Vendê-las-ei pelo preço da fatura. Penso em andar por aí apenas de camiseta, porque está confortável por causa do calor do fogo. Venderei as minhas ferramentas, porque já não há motivos para trabalhar. Não as tocarei mais, porque o mundo acabar-se-á mesmo.

Eindelijk ‘t moest er toch eens van komen. ‘t Werd ons voorspeld door de ster met de steert. Ik heb gelukkig mijn voorzorg genomen, mijn laatste cent is goddank reeds verteerd. Ben ik gedwongen nu schulden te maken, zet men mij morgen of heden op straat, ‘k lach ermee want ‘t kan mij toch niet raken, aangezien dat toch de wereld vergaat… Ja de wereld vergaat
Finalmente, havia de acontecer. Estava previsto pela estrela com cauda. Afortunadamente me precavi e gastei todo o meu dinheiro, graças a deus. Agora sou forçado a endividar-me, expulsar-me-ão amanhã. Mas rio, porque isto em nada me afetará, porque o mundo acabar-se-á mesmo… Sim, o mundo acabar-se-á.

Laïs – ‘t Smidje

Wie wil horen een historie al van ene jonge smid die verbrand had zijn memorie daaglijks bij het vuur verhit. Was ik nog, nog met mijnen hamer, was ik nog met geweld op mijn aambeld. ‘k Geef den bras van al dat smeden, ik ga naar de Franse zwier. ‘k Wil mij tot den trouw begeven, nooit een schoner vrouw gezien.
Quem quer ouvir a história de um jovem ferreiro que queimou sua memória diariamente aquecida pelo fogo. Eu ainda estava com minha marreta, ainda brutalmente sobre a bigorna. Eu me cansei de tanto marretar, vou tentar a elegância francesa. Quero me casar, eu nunca vira uma moça tão bela quanto ela.

‘t Is de schoonste van de vrouwen, maar nooit was er zo’n serpent: nooit kan zij haar bakkes houden; nooit is zij eens wel content; nooit mag ik een pintje drinken, nooit mag ik eens vrolijk zijn; nooit kan ik iemand beschinken, met een glaasje bier of wijn.
A mais bela de todas as mulheres, mas eu nunca vira tal serpente: nunca ela se cala; nunca ela se contenta; nunca posso eu tomar uma pinta, nunca posso eu, ao menos uma vez, ser feliz; nunca posso eu dar uma cerveja ou uma taça de vinho a alguém.

‘k Geef den bras van al dat trouwen; werd ik maar eens weduwnaar. ‘k Zou mij in een hoeksken houden en mij stellen uit gevaar. Was ik nog, nog met mijnen hamer, was ik nog met geweld op mijn aambeld.
Cansei-me desta história de ser casado; ser viúvo parece-me uma boa ideia. Permanecerei em meu lugar seguro e ficarei longe de problemas. Eu ainda estava com minha marreta, ainda brutalmente sobre a bigorna.

Laïs – De wijn

 

Het beste van de wijne dat is er voor mijne mond. Al lag ik ziek te bedde dan werd ik weer gezond, al lag ik ziek te bedde gekweld door menig venijn, de wijn geneest de pijne. O wijn, weest welkom wijn.
O melhor do vinho é que ele está lá para a minha boca. Mesmo que esteja doente na cama, eu melhoro, mesmo que esteja adoentado e atormentado por muitos venenos, o vinho apazigua a dor. Oh vinho, sê bem vindo, vinho.

Men mag de wijn wel loven, zij is er het prijzen waard, en ook de schone vrouwen die zijn er naar onzen aard. Ik heb er nog meer te doen dan enkel dit glaasje klein, daarom wil ik ze roemen. O wijn, weest welkom wijn.
Podem elogiar o vinho, ele vale o preço, e também as belas moças que lá estão para a nossa natureza. Eu tenho mais o que fazer que apenas esta taça, então eu as aprecio. Oh vinho, sê bem vindo, vinho.

De wijn die komt van verre, zo menig mijl gereden, op wagens en op karren tot hier al binnen de steden. Zij komt er uit het land van Keulen, al over de Rijn, getond in volle vaten. O wijn, weest welkom wijn.
O vinho que vem de longe, em vagões e em carroças trazido de tantas milhas até aqui. Ele vem das terras de Colônia, acolá do Reno, em barrios fartos. Oh vinho, sê bem vindo, vinho.

En is ze rood en helder dan is ze ons goed gezind, en streelt zij onze tongen dan is zij ongekend. O als de mensen drinken met vrienden al bijeen, uit glazen die daar klinken. O wijn, weest welkom wijn.
Ah, e ele é vermelho e claro, bem disposto a nós, acaricia nossas linguas de formas desconhecidas. Oh se as taças de todas as pessoas que aqui bebem tintilassem. Oh vinho, sê bem vindo, vinho.

Ach vrienden hebt geen zorgen, al hebben wij nu geen geld, de waard zal ons wel borgen, zo heeft hij mij verteld. We zullen hem laten schenken en vrolijk zullen we zijn, kom laat ons vanavond blijven. O wijn, weest welkom wijn.
Ah amigos, não vos preocupeis, apesar de agora não termos dinheiro, o estalajadeiro me disse que nos acolherá. Deixaremo-no-lo servir e alegrar-nos-emos com ele. Oh vinho, sê bem-vindo, vinho.